Je was er weer.
Ik voelde je. Je mocht niet terugkomen. Maar ik wilde het.
Het moest. Ik wil het zo graag. Je bent nooit weggeweest. Niet helemaal.
Vandaag was je heel dichtbij. Ik voelde het, toen ik van die vette cake at.
Al maanden hoorde ik je stem, heel ver weg. Soms wat dichterbij.
Maar het hielp niet. Ik bleef het verkeerd doen.
Nu ben je er weer. Het doet pijn, want ik eet nog steeds veel.
Wel minder, maar te veel. Jij vindt dat het te veel is. Ik vind het ook.
Elke hap maakt me vetter, ik weet het. Maar nu ben je er weer.
Het maakt me bang, omdat ik je haat. Toch voelt het veilig, omdat jij zegt
dat het nu weer goedkomt. Jij bent niet Ana, jij bent geen denkbeeldig persoon.
Jij bent gewoon mezelf. Een deel van mezelf. Een stem in m'n eigen hoofd,
die zegt dat ik dik ben, vies, vet en lelijk. Jij wil me helpen.
ik kan niet anders dan je geloven. Ik ga het beter doen. Ik wil
je niet kwaad maken, want doet nog veel meer pijn.
Het is duidelijk,
je was er weer.
|